Emoties in Conflict

Call for Papers
Eerste gezamenlijke Jaarcongres van de Werkgroepen Zeventiende Eeuw & Achttiende Eeuw

Emoties hebben we allemaal en soms is er sprake van een conflict. Dat kan een conflict zijn tussen emoties of conflicten die emoties veroorzaken. In dit eerste gezamenlijke jaarcongres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw en de Werkgroep Achttiende Eeuw op vrijdag 26 augustus 2022 willen we verkennen hoe mensen individueel of in groep in de vroegmoderne tijd omgingen met emoties, of dat nu conflicterende emoties waren of emoties in conflictsituaties.

            In het onderzoek naar de emotionele cultuur van de vroegmoderne tijd is er vaak gesteld dat emoties in de lange zeventiende en de lange achttiende eeuw onderdrukt of tenminste gereguleerd dienden te worden. In zijn The Navigation of Feeling (2001) stelde William M. Reddy dat samenlevingen streven naar een emotioneel evenwicht en daarom sommige emoties afwijzen en andere reguleren binnen een emotional regime. Wanneer individuen niet in staat zijn hun emoties in overeenstemming te brengen met het emotional regime ontstaat emotional suffering. In Early Modern Emotions (2017) onder redactie van Susan Broomhall wordt onder meer de relatie tussen emoties en destructieve ervaringen onder de loep genomen. Zo schrijft Erika Kuijpers in dat kader over oorlog en geweld, waarbij ze wijst op het belang van egodocumenten bij het in beeld brengen van vroegmoderne geweldservaringen en de emoties die ermee verband houden, evenals de meer sturende werking van gedrukte teksten ten aanzien van het in stand houden van conflicten en de emoties die deze conflicten voeden.

Op haar beurt stelde Barbara R. Rosenwein in haar onderzoek naar emotional communities dat mensen deel uitmaken van verschillende gemeenschappen die in verschillende omstandigheden andere verwachtingen hebben rondom de uiting en regulering van emoties. De vraag rijst dan wat er gebeurt als deze communities in conflict zijn. Waar Reddy en Rosenwein vooral onderzoek deden naar ideeën over emoties in een samenleving, focuste Monique Scheer in het bijzonder op het lichaam. Het door haar geïntroduceerde concept emotional practices kan ons helpen om juist de specifieke handelingen rondom emoties in kaart te brengen. Dat lichaam kan volgens Scheer namelijk geconditioneerd en gedisciplineerd worden en is onderhevig aan culturele normen en waarden.

            Deze drie onderzoekers vertegenwoordigen min of meer drie onderzoekslijnen in de emotiegeschiedenis. De vroegmoderne Nederlanden zijn tot nog toe in beperkte mate volgens deze onderzoekslijnen onderzocht. Zo paste Kristine Steenbergh reeds het begrip emotional communities toe op Vondels Maria Stuart (1646). Het onderzoek van Inger Leemans, die samen met een team van historici en programmeurs het Historic Embodied Emotions Model ontwikkelde, laat zien welke relatie er tussen emoties en lichamelijkheid bestond in vroegmoderne toneelstukken. Dat onderzoek is ook een specifiek voorbeeld van de rol die de Digital Humanities kan spelen in het onderzoek naar emoties in de vroegmoderne tijd.

Andere onderzoekers openen nog andere perspectieven. Zo hanteert Jan Konst een poëticale benadering in zijn onderzoek naar de literaire representatie van de hartstochten in de zeventiende-eeuwse tragedie. Hij laat zien hoe in de Nederlandse tragedie uit de zeventiende eeuw de hartstochten op gespannen voet stonden met de ratio. Dorothée Sturkenboom onderzoekt in Spectators van de hartstocht (1998)de emotionele cultuur van de achttiende eeuw en neemt daarbij onder meer een genderhistorisch perspectief in. Freya Sierhuis betoogt voor de zeventiende eeuw dat mensen vele verschillende emotiestijlen tot hun beschikking hadden ondanks een dominante moraal. Het onderzoek van Eric Jan Sluijter naar de uitbeelding van de passies bij Rembrandt verbindt kunsthistorische en retorische inzichten over de meest effectieve manier om een kijker te beïnvloeden.

            We willen onderzoekers van de lange zeventiende en lange achttiende eeuw uitnodigen om een bijdrage in te sturen met betrekking tot het thema ‘emoties in conflict’. De nadruk zal liggen op de representatie van emoties in conflict in diverse bronnen uit de 17de en 18de eeuw, van egodocumenten, kronieken, medische en theologische traktaten, toneelstukken, romans, prenten, schilderijen, muziek, tot poëzie. We zijn onder andere geïnteresseerd in antwoorden op de volgende vragen:

  • Welke emoties botsten doorgaans met elkaar?
  • Hoe dachten medici over emotionele conflicten?
  • Wat voor conflicterende emoties zijn er te ontdekken in de huiselijke sfeer?
  • Welke emoties speelden een rol in politieke en militaire conflicten?
  • Welke (emotionele) reacties hadden mensen op religieuze conflicten?
  • Welke rol speelden emoties in de vroegmoderne diplomatie?
  • Hoe brachten emoties ruziënde groepen juist weer bij elkaar?

Abstracts van circa 300 woorden kunnen worden ingestuurd tot 1 mei 2022 naar het algemene mailadres: jaarcongres.dze.dae@gmail.com. Lezingen duren 15 minuten zodat er voldoende tijd overblijft voor discussie. Het is ook mogelijk om een abstract voor een panel in te sturen. Bijdragen zijn bij voorkeur in het Nederlands, maar Engels is ook toegestaan. Het congres vindt plaats op vrijdag 26 augustus 2022.

De congrescommissie

Olga van Marion
Lieke van Deinsen
Kornee van der Haven
Tine De Koninck
Carolina Lenarduzzi
Sven Molenaar
Tim Vergeer
Evi Dijcks

Beeld: Otto van Veen, Goede en verkeerde hartstochten, 1590-1632, gravure, 270mm × 195mm, Rijksmuseum Amsterdam

Help identify Dutch smell words / NeusWijzer

Hoe ruikt januari voor u? Zwavelig naar vuurwerk en ranzig naar oliebollen? Heumig of muf vanwege het binnen zitten? Drassig naar regen en modder? Aromatisch omdat alcohol tijdelijk door rooibosthee wordt vervangen? Branderig naar stookkachels; voor de een balsemiek en voor de ander een meur? Of is januari geurloos omdat u met reukloosheid bent getroffen?

Als u denkt: wat een vreemde vragen, leest u dan vooral verder. Een groep wetenschappers wil alles weten over geuren – vooral over woorden voor geuren – en uw hulp is daarbij meer dan welkom.

Muf, dompig, duffig, vaats, verdossemd, huim, brak of pismuffig: het Nederlands is ooit heel rijk geweest aan geurwoorden. Niet alleen voor muffe luchten en bedompte ruimtes, maar ook om de rijke, aromatische geurcultuur van het dagelijks leven te beschrijven. Een groep ‘neusgierige’ wetenschappers – taalkundigen, historici, etnologen, psychologen, biologen – doet in samenwerking met geurontwerpers en kunstenaars onderzoek naar geur als belangrijk onderdeel van de natuur en het cultureel erfgoed. Ze onderzoeken geurgebruiken en geurtaal, en gaan op zoek naar hedendaagse en historische woorden die gebruikt worden om geuren te beschrijven. Ze zijn speciaal geïnteresseerd in geurbeschrijvingen in dialecten en talen zoals Fries, Limburgs, Nedersaksisch, Jiddisch, en Papiaments.
Geurtaal

Om de Nederlandse geurcultuur in kaart te kunnen brengen heeft de onderzoeksgroep een vragenlijst over geurgebruiken en geurtaal ontwikkeld. Welke rol speelt het ruiken in ons dagelijks leven? Welke woorden hebben we om luchtjes te beschrijven? Welke geur verbindt u aan een bepaald begrip, bijvoorbeeld thuis? Bestaan er in uw dialect bijzondere woorden voor geuren? Doorbreek de wintersleur met geurlust en vul de NeusWijzer-vragenlijst in!

De ingevulde vragenlijsten zullen worden gebruikt voor de Neuswijzer die in 2023 zal verschijnen: een geurig standaardwerk over reuk in taal en cultuur, evolutie en biologie, geschiedenis en psychologie. Een primeur voor het Nederlandse taalgebied.
NeusWijzer-vragenlijst

Wilt u meedoen aan de vragenlijst? Dat kan nog de hele maand januari via deze link: https://geurtaal.survey.clariah.nl/index.php/825654,
of surf naar de NeusWijzer website.

Het NeusWijzer-onderzoek wordt uitgevoerd door een interdisciplinaire groep wetenschappers van het KNAW Humanities Cluster, Vrije Universiteit, Universiteit van Amsterdam en Radboud Universiteit, in samenwerking met geurontwerper Frank Bloem, kunstenaar Mark Wiers Dagnio, Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, Instituut voor de Nederlandse Taal, Nose Network, en Uitgeverij Boom. NeusWijzer is verbonden aan het Europese onderzoeksproject Odeuropa, geleid vanuit het KNAW Humanities Cluster, dat onderzoek uitvoert naar het historisch geurerfgoed van Europa.

Text from KNAW website: https://www.knaw.nl/nl/actueel/nieuws/neusgierige-wetenschappers-verzamelen-geurtaal-en-geurgebruiken

Image: Fragment from Jan Gilliszn. van Vliet, “Roker blaast rook naar een vrouw” (1643). Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1883-A-7013.

Workshop: Sensing the Past

You are cordially invited to contribute to Sensing the Past: A workshop in applied sensory archaeology and heritage assessment, held online and in person from October 7th to 9th, 2021. 


Organized by a consortium of the University of Amsterdam’s School of Heritage, Memory, and Material Culture (NL) and The Free University’s Interfaculty Research Institute for Culture, Cognition, History and Heritage (NL), this international workshop offers a forum for exchange between established scholars and early-stage researchers who apply sensory approaches to their heritage and archaeology research. The workshop is structured as follows:
Part 1, October 7-8: Online presentations via Zoom (CEST)The first two days will introduce participants to the state-of-the-field debates in experiential archaeology and heritage work. A series of lectures and discussion sessions will be anchored by a keynote address by Prof. Dr. Sue Hamilton (UCL) on October 8th.
Part 2, October 9: Sensory fieldwork at Fort bij Uithoorn, The NetherlandsThe second part of the workshop will give participants experiential fieldwork experience via an in-person sensory walk at the Fort bij Uithoorn, a site built as part of the Amsterdam defense line system and inscribed in the Stelling van Amsterdam UNESCO world heritage designation. Research will be contextualised with a lecture by a local military history expert. Many of the forts in the Stelling have come under recent revitalisation efforts, which preserve the material composition of the fort but often significantly change the experiential layer. Fieldwork will equip participants to analyse historic sensory contributions to such historic spaces and to contribute to redevelopment dialogues beyond mere material evidence. Limited spots available. Covid-19 related safety measures will be applied.


The list of confirmed speakers and more details are available at www.uva.nl/sensingthepast.


OPEN CALL FOR PRESENTATION ABSTRACTS:Papers are sought that present sensory-based research of the historic built environment from any time period. Those interested in presenting their own sensory-based research are warmly invited to submit an abstract of 350 words before August 22nd. Selected presenters will be contacted by the end of August; presentations will be 20 minutes. Please visit the website for more details.
Advance registration required: Please visit www.uva.nl/sensingthepast to register your interest in online and in-person portions of the workshop.
Questions? Send an email to sensory.workshop-fgw@uva.nl

Free download Ruth Leys in Histories of Emotions and the Senses series

Eminent historian of science Ruth Leys’ new book in the Elements in Histories of Emotions and the Senses series at Cambridge University Press, Newborn Imitation: The Stakes of a Controversy is free to download until 21 July.

The book touches on Silvan Tomkins, Paul Ekman, mirror neurons, and other key issues in the emotions field.

Call for Papers: Conflict and the Senses in the Global Cold War

International Workshop
“Conflict and the Senses in the Global Cold War: From Propaganda to Sensory Warfare”
Berlin Center for Cold War Studies at the Leibniz Institute for Contemporary History (IfZ)
in cooperation with Stiftung Luftbrückendank and Stiftung Ernst-Reuter-Archiv Berlin
15–16.10.2020 in Berlin

CfP Workshop Conflict and the Senses in Global Cold War BKKK 2020

Although a conflict in which military strategies and weapons of mass destruction were always on the “horizon of expectation”, the Cold War was to a large degree carried out by non-lethal methods. It was also a war of culture, politics, and (visual and sonic) propaganda. Therefore, it can be understood to a great extent as a war not only on the senses, but as a war through the senses. In recent times, sensory aspects of domestic and international conflicts have become a field of interest in both sensory studies and conflict studies, with their methods and questionnaires intertwining in fruitful cooperation. Historiographical approaches include the study of conflicts from the American Civil War to the Russian Revolution to both World Wars, and these examine how wars as the most extreme form of conflict were perceived—and how war changed contemporary perception. The central conflict of the second half of the 20th century, though, is still a blatantly unexplored area in terms of sensory approaches.

Steve Goodman has described how sound was used to carry out conflict—in propaganda, crowd control, and even in military practice and torture. Extending his term “sonic warfare” to “sensory warfare”, the workshop aims to discuss sensory aspects of the global Cold War—from sonic and visual propaganda to military forms of conflict in the “hot” wars of the Cold War in Korea or Vietnam.

What techniques were developed to attack the enemy with non-lethal and lethal weapons, ranging from irritation to the deadly use of chemicals aimed at the respiratory organs of the enemy? How were the senses trained to motivate the masses into a state of alert, for example, through sonic signals? What sensory methods were used to gain intelligence and information? What were the “micro politics” and affective measures used to influence people unconsciously, with the aim of dividing them into political communities of different perceptions, for example, in gustatory preferences? How did the Cold War not only use but also change perception as a result of division?

Papers may address (among other topics) aspects of:

– sonic and visual propaganda (e.g., at the borders of Germany, Korea, or Vietnam);
– cultural politics aimed at a Western/Eastern way of seeing, hearing, etc.;
– taste politics, as in “Americanized” vs. “Sovietized” and how this pertains to the global context concerning nutrition (e.g., airdrops of chocolate and chewing gum during the Berlin Airlift);
– spatial analysis of Cold War sense scapes;
– the “built view”, as in political architectures of transparency, centralism, or power;
– military measures aimed at perception organs (such as gas, and sonic and visual weapons);
– plans for “ecocide” or environmental weapons;
– sensory training and sensitization for both soldiers and civilians (altered states, e.g., by learning sonic signals);
– sensory methods of intelligence;
– the use of animal sensoria for warfare, border control and political policing;
– sensory warfare in domestic political conflicts of the Cold War (e.g., tear gas or olfactory forensics);
– sense aspects of human rights discourse, such as in detention and torture (e.g., pain, sensory deprivation);
– haptic aspects such as war toys or industrial design (from Sputnik to the red button);
– other everyday life aspects of the Cold War, such as how it affected music, gastronomy, perfumery;
– “new senses” like equilibrioception or pain control (e.g., in air force and other military training);
– transcontinental sensory aspects of the Cold War’s proxy wars (Africa, Asia, South America); or
– the Cold War and the senses in the museum.

By addressing these topics, the conference aims to apply perspectives from the internationally emerging field of sensory studies to Cold War history—and the other way around—with a clear focus on perception. We are seeking to gain general knowledge about how to apply sensory approaches to a concrete historical phenomenon and we seek to understand the sensory aspects of the Cold War in everyday life, as well as border areas of warfare in the 20th century.

Therefore, scholars from both sensory studies and history/conflict studies are encouraged to submit proposals. While understanding perception within its intersensorial dimensions, we do welcome both multisensorial resp. intersensory papers as well as such papers limited to a single sensory perception, especially to those senses that have been studied less.

Please tender submissions in the form of short and comprehensive proposals with an emphasis on the sensory aspect of your paper. The conference language is English and our intention is to subsequently publish the proceedings.

Each proposal should include:

– the author’s name and affiliation,
– email address,
– an abstract of no more than 350 words, and
– a short biography (no more than 150 words).

Please submit proposals to Dr. Bodo Mrozek: mrozek [at] ifz-muenchen.de by the deadline of 31 May 2020. The program will be announced by June 2020.

Call for Papers: Song Studies

The Amsterdam Centre for Cross-Disciplinary Emotion and Sensory Studies and THALIA, research group on the Interplay of Theatre, Literature & Media in Performance, present:

SONG STUDIES 2020

EXPLORING INTERDISCIPLINARY APPROACHES TO SONGS AND PRACTICES OF SINGING (1200-TODAY)

Ghent University, 1-3 July 2020

Keynote speaker: Monique Scheer (Tübingen University)

Call for papers

The singing voice is a medium of expression that is found in all times and cultures. People have always been singing, not only to perform entertainingly, but also to express emotions or to embody identities. This has for example made collective singing (and listening) practices a primary way for people to articulate and embody the identities that are fundamental to the existence of social groups. The bodily and sensory experience of moving and sounding together in synchrony, enables individuals to experience feelings of togetherness with others.

Song is the versatile medium facilitating such processes. Songs can evoke and channel emotions, employing them for specific (or less specific) means. As a multimodal genre, song enables not only the articulation and embodiment of ideas; as an inherently oral and intangible medium, songs can move through space and time, transgressing any material form. Therefore, songs have proven an ideal tool for the distribution of news, contentious ideas, or mobilising messages.

This conference aims to bring together researchers from various disciplines investigating song (for example musicology, literary studies, history, sociology, performance studies, cognition studies, anthropology, etc.). The focus will be on the definition of possible approaches to the study of this medium (both in its material and performed existence), its performances (in any form) and reception (in any context). Research examples may cover songs written and sung in any culture and language, and any (historical) period. Common ground will be found through concepts, approaches and methodologies, encouraging an interdisciplinary and transhistorical dialogue, breaking ground for a new research field: song studies.

Possible research areas and questions to be explored are:
– how to study the multimodality of the genre, acknowledging both textual and musical characteristics, and its performative nature;
– the sensory/bodily and emotional/affective experience of listening and singing;
– cognitive and/or affective processes of singing (and collective singing practices);
– how to study the performative aspects of songs in historical contexts;
– the ‘power’/agency of song;
– the role of song and singing in social processes and historical developments; etc.

We invite proposals for 20-minute individual papers (max. 300 words) or alternative formats (pre-submission inquiry is encouraged). As the aim of this conference is to facilitate dialogue, there will be ample time for discussion and exchange. Please send your proposal, including your name, academic affiliation and a short biographical note, no later than 20 December 2019 to renee.vulto@ugent.be.

For more information, visit: https://www.songstudies.ugent.be/